Naar de inhoud
Alle inzichten
Design Sprints

Jasper den Ouden5 min leestijd

Van probleem naar getest prototype in vier dagen. Dat klinkt als een truc, en de eerste keer dachten wij dat ook. Inmiddels hebben we er meer dan 25 gedraaid, en het werkt.

De sprint uit het boek Sprint duurt vijf dagen. Wij doen het schetsen en het kiezen op dezelfde dag, en houden er zo één over. Een sprint vertelt je in vier dagen of een nieuw idee klopt. En is het antwoord 'niet doen', dan ben je een paar dagen kwijt in plaats van een half jaar.

Wie er in de kamer zit

Een sprint valt of staat met wie er meedoet. Wij brengen iemand die de sprint begeleidt en de gebruikerstests afneemt, plus een ontwerper die het prototype bouwt. Jij brengt de persoon die de knopen doorhakt, het liefst alle vier de dagen aanwezig, iemand die het vakgebied door en door kent, en de mensen die op de laatste dag komen testen. Ontbreekt die beslisser, dan schuift elke keuze door naar volgende week en loopt de sprint vast.

Dag 1: Begrijpen

De eerste dag is er om het eens te worden. We horen de experts uit, verzamelen de vragen waar iedereen al mee zat en spreken één doel af voor de sprint. Daarna brengen we in kaart hoe iemand nu door het product beweegt, van begin tot eind, en kijken we hoe anderen hetzelfde probleem oplosten. De meeste teams willen alles tegelijk aanpakken. Een sprint dwingt je er één te kiezen en de rest te laten liggen.

Dag 2: Schetsen en kiezen

's Ochtends schetst iedereen ieder voor zich en in stilte een oplossing, zodat de ideeën niet in een vergadering door elkaar gaan lopen. 's Middags leggen we alle schetsen naast elkaar, plakken stickers op wat opvalt, en de beslisser kiest waarmee we verdergaan. Aan het eind ligt er een storyboard: scherm voor scherm wat we gaan bouwen. Keuzes die anders weken kosten, maak je hier op één middag.

Dag 3: Bouwen

Op één dag bouwen we een prototype dat er echt uitziet. Het hoeft alleen genoeg op het echte ding te lijken om de volgende dag eerlijke reacties los te maken. Werkende software zou dagen kosten, en nodig is het niet. 's Avonds lopen we het één keer helemaal door en halen de gaten eruit.

Dag 4: Testen

Vijf mensen gebruiken het prototype, één voor één, terwijl het team meekijkt via een scherm in de kamer ernaast. We schrijven op wat ze zeggen en wat ze doen. Na de laatste lezen we alles in stilte terug, en dan zie je het patroon: waar mensen vastlopen, wat ze meteen snappen en wat je hierna moet bouwen. Vijf is genoeg; meer levert nauwelijks nieuwe inzichten op.

Wat je overhoudt

Na vier dagen heb je een getest prototype en een verslag van wat je zag. Je weet, op basis van bewijs in plaats van aannames, of het idee klopt en of het de moeite waard is om te bouwen.